Over de Lambertusbasiliek

In de jaren 1850 laat de Oldenzaalse ondernemer Charles Theodorus Stork zijn oog op Hengelo vallen. Dan een onooglijk, in zichzelf gekeerd dorp. Stork ziet er aantrekkelijke kanten. Als eerste de beken, die het schone water aanvoeren dat hij nodig heeft. Daarnaast bekendheid met het meer verfijnde bontweven. En, als derde, vrijwel geen overheid.

 

Hij verplaatst in 1854 zijn bontweverij naar het dorp. IJvert daarnaast voor aansluiting op het spoorwegnet. Als die in 1865 is bereikt, maakt hij volgende plannen. Drie jaar later verhuist hij zijn metaalfabriek naar Hengelo. Een kantelmoment in de geschiedenis van het dorp. In de komende decennia groeit het explosief, dankzij de uitdijende fabrieken van Stork en andere ondernemers.

 

Tientallen jaren neemt de bevolking in een razend tempo toe. Vanuit de pastorie van de Lambertus zien pastoor Egbertus Lohuis en kapelaan Gerardus Beernink het gebeuren. Het dorp ontwaakt. Van de nieuwe inwoners zijn er velen katholiek. De bestaande kerk wordt te klein. Een nieuwe is dringend nodig.