Zichtbaar Hengelo

De nieuwe Lambertus is het grootste niet-commerciële gebouw van Hengelo. En dat trekt aandacht. Alphons Ariëns, grondlegger van de katholieke arbeidersbeweging, schrijft erover in de landelijke katholieke krant De Tijd. Hij is dan kapelaan in Enschede. Daar richt hij tal van verenigingen op, om het materieel en geestelijk welzijn van de arbeiders te verbinden en te verbeteren.

 

Juist daarom fascineert die nieuwe kerk hem. Het valt hem op dat een geloofsgemeenschap ‘van nog geen 700 huisgezinnen, voor het meerendeel behoorende tot den fabrieks-arbeidersstand’, 170.000 gulden heeft kunnen opbrengen voor een nieuwe kerk. Hij geeft er zelf een verklaring voor: ‘Waar vindt men veel fabrieksarbeiders, die f 600, f 1000 en meer nog op zij weten te leggen? Dat dit in Hengelo voorkomt, is, naar ik meen, hoofdzakelijk te danken aan de schrandere humaniteit van den heer Stork, die èn door zijn participatie-systeem èn door zijn spaarbank (5 pCt) van zijn beste arbeiders (…) kleine kapitalisten weet te maken. Een zaak van buitengewoon sociale betekenis!’

 

Het maakt de Lambertus opnieuw tot een echt Hengelo’s fenomeen. Twee jaar later sticht Ariëns in Enschede een katholieke spaarbank. In Hengelo heeft hij gezien waartoe dat kan leiden.